
Isoleren tussen dakspanten of bovenop het dak
Bij dakisolatie kijken we eerst waar warmte verloren gaat: via het schuine dak, de aansluitingen rond een dakraam of langs de overgang naar een muur. Bij een pannendak speelt de ruimte tussen dakspanten een andere rol dan een onafgewerkte zolder. We beoordelen daarom de bestaande dakopbouw, de dikte van het isolatiemateriaal en de mogelijkheid om vocht gecontroleerd af te voeren. Ook de aansluiting op gevel, dakraam en muur bepaalt of koudebruggen ontstaan in de praktijk.
Bij een plat dak bepalen draagkracht, dampremming en de positie van de isolatielaag de juiste aanpak. Een warm-dakconstructie plaatst isolatie boven de draagvloer en beperkt koudebruggen; bij een andere opbouw zijn details bij dakrand, afvoer en doorvoeren bepalend. We leggen uit welke ingreep past bij uw situatie. Op onze website ziet u welke werkzaamheden daarbij kunnen aansluiten. Ook de aansluiting op een geïsoleerde gevel en de ventilatie onder de pannen verdienen aandacht om condens in de constructie te voorkomen.



























